Geschiedenis

De oudste kompassen waren waarschijnlijk stukken gemagnetiseerd ijzer of ijzererts die op een plankje drijvend in water lagen. Verbeteringen in de vorm van een staafmagneet, een betere ophanging en de kompasroos volgden later.

Gyroscopische kompassen houden een ingestelde richting vast en zijn niet gevoelig zijn voor ijzerof magneten. Ook een gyrokompas vertoont een klein verloop en zij het kleine, afwijking, namelijk de hoek tussen het Ware Noorden (Nw) en het Gyro Noorden (Ng); deze afwijking noemt men de Totale Fout. Bij pleziervaart en oriëntatie in het terrein worden magnetische kompassen echter nog veel gebruikt, veelal in combinatie met GPS ontvangers Ook zijn er elektronische kompassen met sensors waarmee het magnetisch noorden kan worden vastgesteld.