Webwinkel Bootland

Kompassen

Kompastypen en gebruik

Om schommelingen te dempen zijn vrijwel alle moderne kompassen met vloeistof gevuld. Bij ouderwetse kompassen is soms een mechanische blokkering aangebracht om de naald tijdens niet-gebruik vast te zetten.

Het meest eenvoudige kompas heeft een draaibare naald op een vaste roos. Dit kompas kan voor een eenvoudige orientering op het noorden gebruikt worden.

Lees verder

Kompasroos

Oorspronkelijk werd de cirkel in vieren, achten, zestienen, 32′n gedeeld waarbij de richting volgens een vast systeem werd aangeduid: tussen noord en oost kwam noordoost, tussen noord en noordoost noord-noordoost, tussen noord en noordnoordoost noordnoordoost ten noorden, tussen noord en noordnoordoost ten noorden kwam noordnoordoost ten noorden noord, etc. Op dit punt is de kompasroos in 64 delen verdeeld en voldeed daarmee aan de toenmalige behoefte om de koers te bepalen.

Kompasroos met verdeling in graden en in duizendsten

Kompasroos met verdeling in graden en in duizendsten

De huidige kompassen zijn voorzien van een indeling in 360 graden, en algemeen worden de vier hoofdstreken Noord Oost Zuid en West door een letter aangegeven.

Met de gangbare peilkompassen kunnen hoeken tot 0,25° afgelezen worden.

De hoofdstreken:

Noord 0°
Oost 90°
Zuid 180°
West 270°

Geschiedenis

De oudste kompassen waren waarschijnlijk stukken gemagnetiseerd ijzer of ijzererts die op een plankje drijvend in water lagen. Verbeteringen in de vorm van een staafmagneet, een betere ophanging en de kompasroos volgden later.

Gyroscopische kompassen houden een ingestelde richting vast en zijn niet gevoelig zijn voor ijzerof magneten. Ook een gyrokompas vertoont een klein verloop en zij het kleine, afwijking, namelijk de hoek tussen het Ware Noorden (Nw) en het Gyro Noorden (Ng); deze afwijking noemt men de Totale Fout. Bij pleziervaart en oriëntatie in het terrein worden magnetische kompassen echter nog veel gebruikt, veelal in combinatie met GPS ontvangers Ook zijn er elektronische kompassen met sensors waarmee het magnetisch noorden kan worden vastgesteld.

Afwijkingen

Een kompas wijst altijd naar het magnetische noorden, dit komt niet overal op aarde overeen met het geografische noorden. De lokale afwijking,  variatie genoemd moet verrekend worden bij het uitzetten van een richting. De grootte en richting van de variatie staat altijd vermeldt op zeekaarten en in almanakken. De variatie verandert over het algemeen slechts langzaam, zodat verrekenen goed mogelijk is.
De variatie in Nederland is ongeveer ½° west, zodat het magnetische noorden hier bijna samenvalt met het geografische Noorden. Elders op de wereld kunnen variaties tot tientallen graden optreden, in de buurt van de polen is de variatie zelfs zo groot dat een kompas geheel onbruikbaar wordt.

Naast de variatie is er nog een afwijking, de deviatie. Deze speelt met name een rol op ijzeren schepen, waar het metaal van het schip invloed uitoefent op het magnetisch veld waarnaar het kompas zich richt. Om de deviatie te compenseren wordt het kompas ‘gesteld’, hierbij worden kleine magneetjes in de buurt van het kompas aangebracht, daarna wordt nog van een aantal gelijkmatig over de cirkel verdeelde koersen bepaald wat de miswijzing van het kompas is. Deze miswijzingen worden in tabelvorm bij het kompas bewaard.

Een derde afwijking wordt veroorzaakt door de magnetische inclinatie, het verschijnsel dat de magnetische veldlijnen niet evenwijdig aan het aardoppervlak lopen maar hellen. Een kompasnaald op het noordelijk halfrond zal met zijn noordpool naar beneden willen duiken, op het zuidelijk halfrond helt het veld naar het zuiden. Dit kan eenvoudig gecompenseerd worden door de tegenoverliggende kant iets zwaarder te maken, dit maakt een kompas voor het noordelijk halfrond echter minder bruikbaar op het zuidelijk halfrond en vice versa. Ook maakt het op deze manier uitbalanceren kompassen gevoeliger voor versnellingen